Voor je dagelijkse portie leesvoer

VOOD

Fen: Expeditiekok met een hoofd als een biet

Een klodder kazige maispap

Volgens mij vallen er grosso modo twee typen koks te onderscheiden: koks die koken volgens het boekje en zij die vrij experimenteren. Bij de eerste groep koks ben je te allen tijde verzekerd van een wat afgemeten maar gedegen dis. Bij de tweede groep - waartoe ik behoor - eet je als je geluk hebt veel en avontuurlijk en erg lekker. En als je pech hebt eet je vies.

Kruidige kersensaus

Ter illustratie: mijn moeder vroeg me ooit - ik was 18 - het kerstdiner te verzorgen. Mijn indertijd ambitieuze (en enigszins eclectische) doel: gele paprikasoep met mierikswortelroom, polentataart met paddestoelen, blauwe kaas en kruidige kersensaus en hangop na. De praktische realisatie bleek teleurstellend: de paprikasoep was te waterig en kon nauwelijks opboksen tegen de pittige mierikswortel, de polentataart zeeg bij het openen van de bakvorm ineen waardoor er van het hoofdgerecht niet meer overbleef dan een klodder kazige maispap, en de hangop had niet lang genoeg gehangen en was gewoon blanke yoghurt gebleven. Merry merry.

Schone zaak

Zo'n ongelukkig kerstetentje levert behalve een hoofd als een biet natuurlijk ook een schat aan waardevolle lessen op, zoals dat geduld een schone zaak is (zeker waar het polenta en hangop betreft) en dat je paprikasoep moet binden (en in de zomer moet maken). Over die biet gesproken; daar kun je je - zelfs als expeditiekok uit de tweede categorie - nauwelijks een bult aan vallen. Deze simpele salade was de eerste keer ook al ontzettend lekker.

Dit is een bijdrage van Fen, grootverbruiker van zure augurken en hoofdredacteur van VOOD.