Voor je dagelijkse portie leesvoer

VOOD

Interview: Janneke Vreugdenhil

We hebben een afspraak met Janneke Vreugdenhil, culinair columnist en schrijver van een groot aantal kookboeken waaronder I love groente en Comfort Food. Met frisse moed en zonder TomTom (maar wel met het lege hoesje van de TomTom) vertrekken we uit Amsterdam. We bereiken het terras van Lolapalooza in Den Haag via een omweg waar je u tegen zegt. Daar zit Janneke. Ze kijkt op. 'Heb ik met jullie een afspraak? Ik was hier ook net 2 minuten,' zegt ze geruststellend.


VOOD: Eten is een morele aangelegenheid geworden. Neem je graag stelling of blijf je liever neutraal?

"Ik merk dat ik er niet meer onderuit kan om stelling te nemen. Ik vind diep in mijn hart dat iedereen meer zou moeten willen weten van wat hij eet. Ik vind het zelfs dom als je dat niet wilt en gewoon maar blijft eten alsof hierna het einde van de wereld komt."

"Een van mijn grote voorbeelden is Mark Bittman, een journalist van de New York Times die veel over eten schijft. Ik volg hem al tien jaar. Twee jaar geleden was hij in Nederland en zijn we al snel vrienden geworden, ook omdat we onszelf herkenden in elkaars standpunten. Hij is voor een journalist behoorlijk activistisch. Hij geeft bijvoorbeeld lezingen waarin hij stelt dat we minder frisdrank moeten drinken en minder vlees moeten eten. Zo ver ben ik nog niet, maar ik zie aan hem wel dat je een standpunt kunt innemen; je uit kunt spreken en tegelijkertijd journalist kunt zijn. Ik ben misschien ook meer columnist dan journalist, dus lezers zijn ook gewend dat ik een mening heb."

"Het idee dat ik geen mening mag hebben, heb ik dus losgelaten. Niet in de laatste plaats omdat er zo veel aan de hand is. Iedereen is in de war over eten. Er is zo veel aanbod en er gaan zo veel dingen mis, dat ik het wel een beetje als mijn taak zie om daarin te gidsen."


VOOD: Gidsen vanuit een gezondheidsperspectief?

"Claims over gezondheid vind ik lastig, want daarover weet niemand de waarheid."

VOOD: Je hebt drie kookboeken geschreven in een serie 'Vechten met gerechten'. Dit zijn kookboeken op basis van verschillende medische dieten. Doe je dan geen claims over gezondheid?

"Jawel. Bij deze boeken was ik alleen ik de uitvoerende partij. Titi Koolsbergen - de arts met wie ik deze boeken schreef - nam de verantwoordelijkheid voor het medische gedeelte. Zij gaf mij aan hoe een dieet eruitziet en ik deed daar vervolgens iets mee. Het is overigens niet zo dat ik niet geinteresseerd ben in het gezondheidsaspect. Eigenlijk is mijn carriere als culinair columnist zo begonnen. Ik heb rechten gestudeerd en ben toen aan het eind van mijn studie ziek geworden. Toen ben ik bij deze arts terechtgekomen en zij heeft mij een dieet voorgeschreven. Ik zag wat ik allemaal niet meer mocht eten en ben gaan experimenteren met wat ik nog wel mocht eten. Ik merkte dat ik dit heel leuk vond en eigenlijk veel lekkerder ging eten, veel puurder. Bovendien knapte ik er enorm van op. Acht weken later kwam ik weer op consult en was ik, tot verbazing van mijn arts, razend enthousiast over mijn nieuwe dieet. Die zei: 'Hoe kan dat nou, al mijn patienten zitten hier altijd te klagen!'. Zo is het idee ontstaan er een boek van te maken."


VOOD: Is daar ook de kiem gelegd voor je culinaire schrijfcariere?

"Ik ben hierna inderdaad voor tijdschriften gaan schrijven. Eerst werkte ik onder andere voor Allerhande en schreef ik vooral recepten. Ik merkte ik dat ik steeds langere introducties bij die recepten ging schrijven omdat ik iets wilde vertellen over dat eten. In zo'n tijdschrift kun je bovendien helemaal niet actueel zijn, want ze worden minimaal twee maanden van tevoren gemaakt; voor Allerhande was ik in de zomervakantie kerst- en stamppotrecepten aan het bedenken. Toen ik daarna de kans kreeg voor het NRC te schrijven, heb ik die gepakt."

"Dat ik me met eten bezighoud, is dus ontstaan uit noodzaak. En nog steeds heb ik interesse in de relatie tussen gezondheid en eten. Maar ik realiseer me tegelijkertijd dat als je niets mankeert, het gezond-verstand-dieet toch de beste insteek is."

VOOD: Wat houdt dat dieet voor jou in?

"Weten wat je in je mond stopt. Etiketten lezen. Willen weten waar iets vandaan komt. En dat vind ik heel moeilijk omdat ik me terdege realiseer dat niet iedereen zich dat kan veroorloven - bij voorkeur goede producten kopen. Tilapia en pangasius zijn bijvoorbeeld afvalvissen; ze worden in zulke vervuilde en vervuilende omstandigheden gekweekt dat je ze eigenlijk niet wilt eten. Nu zijn het natuurlijk redelijk goedkope vissoorten, maar makreel is ook een goedkope vis en die is lekkerder, gezonder - er zitten heel veel gezonde vetzuren in, toch een gezondheidsclaim, haha- en duurzamer en minder goor gekweekt. Hetzelfde geldt voor kip. Als je niet veel geld wilt of kunt uitgeven aan biologische kipfilet, koop dan biologische kippendijen. Dat is nog steeds beter voor de kip, het is goedkoper dan de filet aan het is lekkerder."

"Kijk, het gaat niet over een plofkip versus een biologische knuffelkip, het gaat meer over het bewust kiezen daartussen. Ik zal niet roepen: "Je mag alleen nog biologisch eten", maar aan dit soort informatie heeft iemand denk ik wat. Ik kan me goed voorstellen dat je als je weinig te makken hebt, gewoon plofkip koopt om je gezin te voeden. Volgens mij zou ik dat ook doen."

"Ik verkeer in een luxepositie want ik kan me veel veroorloven en kan het ook nog eens 'werk' noemen. Dat betekent niet dat ik alleen biologisch eet. Verderop zit een Turkse slager, die heeft waanzinnig goed lamsvlees; daar ga ik zo even vlees halen. En de volgende keer koop ik het weer op de biomarkt. Ik kies dingen die ik goed en lekker vind en ik kies bewust."


VOOD: Er wordt tegenwoordig over eten gepraat in termen van 'echt' en het daaraan tegengestelde foute 'nep eten'. Maakt dit de verwarring bij mensen alleen maar groter?

"Ja, alsof je moet kiezen tussen die twee stromingen. Als je dan toch uit wil gaan van twee stromingen, dan denk ik dat de meesten van ons die - net als ik - verenigen: de ene dag eet ik heel verantwoord en de andere dag niet. Er wordt heel vaak gedaan alsof alles wat uit een fabriek komt de duivel is. Dat is gewoon niet zo. Als je een pak Knorr Wereldgerechten koopt en daar verse groenten en vers vlees aan toevoegt, dan eet je toch helemaal niet zo ongezond? Ik houd zelf niet zo van smaken uit pakjes en ik vind dat je het ook zelf kunt maken. Maar ik snap best wel dat als je er de tijd of creativiteit niet voor hebt, dat je dan niet alles zelf maakt. En het is echt niet zo dat je dan per definitie heel slecht eet."

"Dus ik vind die stroming van 'echt eten' niet realistisch. Als die stroming bovendien te veel stem krijgt in de media, dan lijkt het ook alsof je het fout doet wanneer je er niet in meegaat. Dat vind ik gevaarlijk moralisme; doen alsof iedereen alleen nog maar groenten van de biomarkt of van die superdure Marqt moet gaan eten. Wat je daar koopt is gewoon een goed gevoel. Bij mij werkt het ook hoor, dan loop ik daar en dan denk ik: oh ja, als ik nu dat meeneem dan is dat wel heel goed!

VOOD: Dan is mijn leven fijner?

"Ja precies! Je hebt dan één avond een enorm tevreden gevoel. Maar eet je op moleculair niveau beter? Ik durf het me af te vragen. Dus laat ik het zo zeggen; ik vind die hele echt eten-stroming te elitair. Het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld en je hoeft niet zo streng in de leer te zijn. Het is een flauwe boodschap, maar mijn moeder zei: Alles met mate. Als je dat hanteert, dan doe je het nooit echt verkeerd."

Bekijk hier de Schijf van 6 van Janneke