Voor je dagelijkse portie leesvoer

VOOD

Verse gemberthee

Lofjes strelen

Toen ik klein was, brak ik mijn kaak als gevolg van een val met een fietsje, die op zijn beurt weer veroorzaakt werd door een mengeling van kinderlijk enthousiasme en zelfoverschatting. Weken lang zaten mijn kaken vervolgens strak opeen geschroefd. Dat was mijn straf voor mijn overmoed en ook een gebruikelijke behandeling van een dergelijke breuk.

Plastic rietje

Het toeval wilde dat ik net een tand wisselde. Dat wil zeggen, de melktand was eruit en had een charmante lacune achtergelaten. Daar paste precies een plastic rietje door. “Ieder nadeel, heb z’n voordeel”, zou Cruijf zeggen. Mijn moeder blenderde vrolijk de stamppot andijvie met spekjes en ik slurpte het even zo vrolijk op. Maar ik wist ook dat er zaken waren die zich niet lieten blenderen, laat staan opslurpen door een rietje. Brood met kaas bijvoorbeeld, of koekjes. Mijn moeders aardappeltaart, of –een tijdloos succes- haar witlofsalade. Bedroefd streelde ik de klamme huid van de blanke lofjes.

Cruijf

Nu, volwassen en na vijf dagen keelontsteking, is iedere vorm van culinaire inspiratie uit mijn wezen weggesijpeld. Het is heel vreemd. Opeens kan ik aubergines en tomaten volledig onverschillig bekijken. Curieuze paarse en rode dingen zijn het. Aan lofjes strelen, doe ik niet. De vraag bij ieder maal –voor zover ik daarvan kan spreken- is opeens niet meer “Heb ik hier zin in?”, of “Is het lekker?”, maar “Past het door mijn keel?”. Het past-het-door-mijn-keel probleem, laat zich niet met een rietje verhelpen. Het liefst wil ik namelijk niets door mijn keel. Ook al passeert het nog zo soepel door een rietje. “Kijk, de bal moet minimaal tussen die twee palen.”, zei Cruijf ooit. Hij heeft groot gelijk. Maar als er helemaal geen ruimte is tussen de palen, gaat er ook geen bal in.

Dit is een bijdrage van Merel, hoofdredacteur van VOOD.

Comments

Log in met Facebook en laat een berichtje achter.

Er zijn nog geen reacties.